
Een persoonlijke ervaring uit Solukhumbu
In april 2026 reisde ik naar Solukhumbu om scholen te bezoeken en te zien hoe onderwijs er in de praktijk werkt. Ik sprak met leerkrachten, zat bij leerlingen in de klas en liep door bibliotheken en over schoolpleinen.
Solukhumbu is een prachtige maar afgelegen regio, waar geografie bepaalt wie toegang heeft tot goed onderwijs. Steeds meer gezinnen trekken naar Kathmandu, het geboortecijfer daalt, en wie het kan betalen stuurt de kinderen naar een privéschool in de stad. Wie achterblijft, heeft vaak het minst, en de armoede die overblijft is hardnekkig. Daar komt de klimaatverandering nog bij: volgens ICIMOD zijn de “ice loss rates doubling since the year 2000” in de Hindu Kush Himalaya, waar de Khumbu-regio onder valt (ICIMOD, 2023), met meer overstromingen en aardverschuivingen in de regio als gevolg.
Beide problemen versterken elkaar: mensen die wegtrekken en armoede die achterblijft, en een regio die kwetsbaarder wordt voor klimaatverandering. De Nepalese overheid heeft op dit moment weinig oog en ruimte om zich op onderwijs te focussen, laat staan om deze twee problemen in samenhang aan te pakken. Toch zit daar ook een kans: juist door onderwijs en klimaatbestendige oplossingen samen aan te pakken, zou de regio er sterker uit kunnen komen.
Wat me het meeste raakte was hoe gedreven de mensen zijn die ik ontmoette: leerlingen die wilden leren, leerkrachten die er ondanks te weinig van alles bleven staan.
Daar komen organisaties als de Solukhumbu Foundation in beeld. Ik zag bibliotheken, wetenschapslokalen, schoolgebouwen, toiletten en waterinfrastructuur die er dankzij hen zijn gekomen. Maar het inzicht dat bleef hangen ging niet over stenen of spullen: tussen het materiaal en de mensen die het draaiend houden zat een gat. Zonde, voor de organisaties én de donateurs die het mogelijk maakten: het werk staat er, de ondersteuning erachter nog niet.
Op sommige scholen staat een bibliotheek vol boeken, maar niemand om hem open te houden. Er zijn computers, soms wifi, maar zonder begeleiding blijft het bij apparatuur. Er is een sciencelokaal, maar zonder science teacher komen leerlingen er nauwelijks binnen. En zodra het geld voor een leerkracht stopt, valt niet alleen een salaris weg, maar ook de continuïteit van de school.
Ik ontmoette een bibliothecaresse die elke maand vier bibliotheken bezoekt: voorleessessies, het uitleensysteem, opruimen, orde houden. Lees haar verhaal. Haar functie is gedekt tot eind 2026. Wat daarna gebeurt, weet niemand.
Overal werd ik warm ontvangen, met oprechte dankbaarheid voor wat er al is opgebouwd. Maar onder die dankbaarheid voelde ik ook duidelijk stress. Bij verschillende scholen was de hulp van andere buitenlandse organisaties al gestopt, en de mensen die daar nog stonden, wisten niet of en hoe ze dat zelf konden opvangen. Die onzekerheid over wat er gebeurt als steun wegvalt, was voelbaar aanwezig.
Dit bezoek maakte me duidelijk dat onderwijsprojecten niet kunnen stoppen bij bouwen en schenken. Een school, bibliotheek of computerlokaal heeft mensen nodig, onderhoud, een oplossing die op eigen benen kan staan: scholen met genoeg leerkrachten en budget, zonder blijvend op buitenlandse steun te hoeven leunen.
Ik vertrok met het gevoel dat er nog veel werk ligt, maar ook onder de indruk van de leerlingen, de leerkrachten en de mensen die zich dag in dag uit inzetten. Wat nodig is, is niet nog een project, maar investeren in mensen en nadenken over duurzame oplossingen. Daar zet ik me met deze foundation heel graag voor in.
